Voor aannemers betekent het werken aan een EPC-contract (met een echte EPC-filosofie) onvermijdelijk het nemen van hogere risico’s. In dergelijke situatie moeten aannemers alle omstandigheden die zich voordoen tijdens de projectuitvoering (op enkele uitzonderingen na) doorstaan en toch het verwachte resultaat / beoogde doel van het contract bereiken.

Daarom is het volgende belangrijk:

  • Er moet enkel een functioneel lastenboek voorhanden zijn (meestal 50 tot 100 pagina’s, maar dit kan veel minder zijn) waarin de opdrachtgever / eigenaar enkel beschrijft wat het verwachte resultaat van het project is nadat het contract succesvol uitgevoerd is.
  • Dit functioneel lastenboek moet absoluut vermijden om de methodologie, specifieke leveringen en gedetailleerde eigenschappen die niet rechtstreeks verband houden met het beoogde resultaat in te veel details te beschrijven.
  • De technische adviseur van de financier (LTA) en de ingenieur van de opdrachtgever / eigenaar moeten voorkomen dat zij zich op een zeer gedetailleerde manier in het project mengen.

Dankzij deze aanpak heeft de EPC-aannemer de vrijheid om het project te optimaliseren en toch het algemene doel en de gewenste resultaten te bereiken.

Vaak zijn technische adviseurs, die werken als LTA of ingenieur van de opdrachtgever, niet gewend aan deze EPC-filosofie of willen ze een grotere rol spelen in het toezicht op het project. In een EPC-contract, moet men evenwel in gedachten houden dat de meest uitdagende technische rol is weggelegd voor de ingenieur van de EPC-aannemer (vaak een onderaannemer) en niet de ingenieur van de opdrachtgever of de LTA. Ook kan de Project Manager van de opdrachtgever terughoudend zijn en substantiële optimalisatie tegenhouden als voorzorg om bezwaren van de opdrachtgever of de financier te vermijden.

EPC-contracten zijn een uitstekende manier om bepaalde IPP-contracten uit te voeren en daarom moeten de partijen bij een dergelijk contract de nodige inspanningen leveren zodat het op een efficiënte manier kan functioneren en onevenwichtige situaties voorkomen worden. Deze vrijheid om te optimaliseren moet ook van toepassing zijn voor bepaalde onderaannemers van de EPC-aannemer (bijvoorbeeld de technologieprovider) indien zijn contract in belangrijke mate “back-to-back” is met het hoofdcontract.

Categorieën: EPC

Jan Bouckaert

Jan Bouckaert is een FIDIC deskundige (Certified Adjudicator/President's list) met 25 jaar wereldwijde ervaring in het onderhandelen en uitvoeren van complexe bouw-, hernieuwbare energie-, energie- en infrastructuurprojecten. Hij is ook gespecialiseerd in contractbeheer, project controls en alternatieve geschillenbeslechting. Tijdens zijn loopbaan woonde Jan in Frankrijk, België, Egypte, India en Portugal en werkte hij voor GE Renewable Energy, Alstom Hydro, Besix/Six Construct. Hij is Burgerlijk Ingenieur Bouwkunde (Ir) aan de Universiteit van Leuven (KUL, België) en heeft een MBA van ISEG (Portugal). Hij spreekt vloeiend Engels, Frans, Portugees en Nederlands. Jan is de oprichter van AfiTaC, een bedrijf dat advies geeft over internationale aanbestedingen en contracten. Maak gerust verbinding via LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/afitac/

2 reacties

EPC-aanbestedingen (type UAV-GC): in één of twee fasen evalueren? - AfiTaC · 17 oktober 2020 op 18 h 16 min

[…] EPC en de vrijheid om te optimaliseren […]

"EPC of toch geen EPC, dat is de kwestie" - AfiTaC · 21 januari 2022 op 21 h 26 min

[…] opdrachtnemer heeft de mogelijkheid om het project te optimaliseren zolang de resultaten in overeenstemming zijn met het functionele lastenboek en zij de garanties […]

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *